Zwerkbal

Zwerkbal is een sport gespeeld door tovenaars op bezemstelen. Het wordt gespeeld door twee teams van zeven spelers op een ovaal veld.

Het spel wordt gespeeld met vier ballen:
De slurk: dit is een rode bal met een doorsnede van dertig centimeter.
Twee beukers: dit zijn zwarte zware ballen, die vliegen, met een doorsnede van 25 centimeter. Ze proberen de spelers van hun bezem te gooien.
De snaai: dit is een klein gouden balletje met vleugels, ter grootte van een walnoot. Moeilijk te zien en te vangen.

De zeven spelers zijn:
De wachter, die moet voorkomen dat met de slurk punten gescoord worden.
Drie jagers, die moeten proberen met de slurk punten te scoren.
Twee drijvers, die de beukers met hun slaghout weg kunnen slaan van hun eigen spelers naar de spelers van het andere team.
De zoeker, die moet proberen de snaai te vangen.

Hoe wordt het gespeeld?
Ieder team heeft aan zijn kant van het veld drie ringen op hoge palen staan, die de wachter moet verdedigen. Als een jager de slurk door de ring van de tegenstander weet te gooien, levert dat het team 10 punten op.
De snaai vliegt zelf rond en moet gevangen worden door de zoeker. Wanneer een zoeker hem vangt, levert dat zijn team 150 punten op en het spel is dan afgelopen.
Het team met de meeste punten heeft gewonnen.
Er is dus vantevoren niet bekend, hoe lang een wedstrijd gaat duren: het kan vijf minuten zijn, maar ook twee weken.

Er zijn veel regels bij het zwerkbal en ook veel soorten overtredingen. Het is een harde sport en je moet tegen een stootje kunnen, wil je hem goed beoefenen.
Er zijn vele teams, nationaal en internationaal, maar ook schoolteams. Op Zweinstein spelen de afdelingsteams ieder jaar tegen elkaar om de zwerkbalcup.